Over kinderen, volwassenen en mensen

Het beeld dat onze maatschappij heeft van kinderen is tegenstrijdig. Aan de ene kant verwachten we dat kinderen zo snel mogelijk ‘volwassen’ gedrag vertonen, meedraaien in de maatschappij. We willen dat ze de hele nacht doorslapen, dat ze eten zonder te knoeien, dat ze direct klaar staan als we de deur uit willen, maar geduld hebben wanneer wij met iets anders bezig zijn als ze ons om hulp vragen.

Aan de andere kant verwachten we niet dat kinderen zich ‘volwassen’ kunnen gedragen. We leggen niet uit waarom we bepaalde dingen van ze verwachten, we betrekken ze niet in belangrijke beslissingen voor het gezin, en we roepen eindeloos woorden als ‘stop’, ‘voorzichtig’, en ‘niet doen’.

Hoewel deze twee benaderingswijzen in eerste instantie tegenstrijdig lijken, zijn ze in feite allebei een uiting van een gemeenschappelijke deler: het gedrag van het kind hoort het leven van de volwassenen niet te bemoeilijken. Wíj hebben geen zin om ’s nachts ons bed uit te gaan of om de vloer te dweilen na het eten. Wíj willen dingen doen wanneer het óns uitkomt en we hebben geen tijd of zin om onze kinderen uit te leggen hoe de wereld werkt en om hen te begeleiden in het ontdekken van die wereld. Sommige van die behoeftes spelen bewust, anderen zijn onderbewust, maar hoe dan ook, ze bestaan. En van kinderen wordt geacht dat ze rekening houden met die behoeftes.

Natuurlijk is er niets verkeerds aan om rekening te houden met andermans behoeftes, maar het gaat mis wanneer er sprake is van een ongelijkwaardige relatie waarbij de ene partij rekening moet houden met de ander, maar dit andersom niet geldt. Een egoïstisch uitgangspunt dat bij volwassenen onderling met gefronste wenkbrauwen aanschouwd zou worden, maar dat dus precies zo werkt in de volwassene-kind-relatie in onze maatschappij. In beide bovengenoemde zienswijzen wordt het kind gemeten met de lat voor volwassenen, maar wel zodanig dat het altijd uitpakt in het voordeel van de volwassene. Geen twee maten dus, maar één flexibele maat. We stellen een hoop eisen aan onze kinderen, maar zij worden geacht geen eisen aan ons te stellen.

In ons beeld zijn kinderen zo anders dan volwassenen. Het lijken soms wel wezens van een andere planeet. Het feit dat we taalkundig gezien onderscheid maken tussen ‘kinderen’ en ‘volwassenen’ is hier al een indicatie van. Een schijnbaar onoverbrugbaar verschil in doen en denken. En aangezien volwassenen zich op fysiek en mentaal niveau bewust en onbewust beter achten dan kinderen, is het logisch dat de laatsten zich zo snel mogelijk moeten aanpassen aan het leven op de volwassenenplaneet, en niet andersom. Een relatie tussen bovengeschikte en ondergeschikte.

Wanneer we de woorden ‘kinderen’ en ‘volwassenen’ echter beide vervangen door het woord ‘mensen’ verschuift direct de perceptie van de relatie tussen beide in een relatie tussen gelijkwaardigen. In plaats van de verschillen, zien we de overeenkomsten: we zijn beide wezens met bepaalde eigenschappen en behoeftes. Een jong mens bevindt zich in een andere ontwikkelingsfase dan een ouder mens, maar dat maakt hem niet inferieur, het maakt hem slechts anders. Het beeld van de ongevormdheid van kinderen wordt versterkt door het idee dat we volledig ontwikkelt zijn wanneer we volwassen zijn. Maar als dat zo is, hoe komt het dan dat we in ons volwassen leven nog zo graag onszelf ontplooien? We houden niet op met leren zodra we ‘volwassen’ zijn. Het leerproces is slechts langzamer geworden, de interessegebieden zijn veranderd, en onze mogelijkheden om de wereld om ons heen te begrijpen zijn vergroot, maar nog steeds leren we als mens en als mensheid elke dag nieuwe dingen over onszelf en de wereld om ons heen. En ook fysiek blijven we veranderen.

Wat emoties en behoeftes betreft zijn we zelfs nog minder verschillend. Hoe we die emoties ervaren en hoe we die behoeftes willen en kunnen vervullen verschilt, maar de emoties en behoeftes zelf zijn universeel. Iedereen heeft wel eens verdriet, angst, blijdschap of boosheid ervaren. En iedereen herkent wel de behoefte aan erkenning, autonomie en vertrouwen. Maar hoe komt het dan toch dat we verschillen zien? Of beter gezegd: Waarom onderkennen we niet dat onze kinderen ook die behoeftes hebben? En als we het al onderkennen, waarom doen we er dan niet alles aan om hen te helpen die behoeftes te vervullen, net zoals we onze eigen behoeftes willen vervullen? Wellicht komt het doordat de volwassenen van nu ooit zelf van planeet Kind naar planeet Volwassene getransporteerd zijn, en dat ze toen al snel hebben geleerd dat hun behoeftes ondergeschikt zijn aan die van volwassenen. Nu ze zelf volwassen zijn leven ze (on)bewust met die gedachte, en zullen zij die op hun beurt overbrengen op hun kinderen. En dan is de cirkel rond.

Ik stel voor dat we ophouden met jonge mensen te behandelen als buitenaardsen en beginnen met ze te behandelen als mensen. Mensen met behoeftes zoals elk ander mens. Want is dat niet wat we allemaal willen, erkenning van onze behoeftes en behandelt worden als een mens?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s