Verwachtingsmanagement

In de tijd dat ik kennis maakte met het woord ‘verwachtingsmanagement’ was het ouderschap een status waar ik me totaal niet mee bezig hield.  De verhalen van collega’s met kinderen hoorde ik geduldig aan tijdens de lunch, maar ze gingen vooral het ene oor in en het andere razendsnel weer uit. Natuurlijk ken je de verhalen op een gegeven moment wel: slapeloze nachten, afgebroken interieurs en eindeloze gevechten om een fruithapje naar binnen te krijgen. Elke keer dat ik zo’n verhaal aanhoorde dacht ik: “Wat een gezeur. Hoe moeilijk kan het zijn? Die ouders van tegenwoordig laten zich veel te veel om de vingers van hun kinderen winden. Gewoon met harde hand regeren, grenzen stellen en consequent zijn. Dan komt het allemaal goed.”

Jaren later beviel ik van een dochter, Neeltje, en mocht ik me ook tot de groep van ‘ouders’ rekenen. Een twijfelachtige eer, want ik was immers anders dan al die andere ouders. Ik zou ze wel eens laten zien hoe je een kind moet opvoeden. Achteraf gezien was mijn gedachtengang puberaal te noemen: denken dat je wel weet hoe een en ander werkt zonder dat je met de voeten in de klei hebt gestaan.

Wat ik verwachtte was ongeveer dit:

  • bevalling wordt geen pretje, maar als dan uiteindelijk Neeltje bij me op mijn buik ligt ontstaat er spontaan een roze wolk van pure liefde die me alles doet vergeten;
  • Neeltje drinkt elke drie à vier uur, ik speel wat met haar, leg haar op bed en vervolgens slaapt ze weer een uur of drie à vier. Genoeg tijd om zelf lekker bij te komen en wat op te ruimen in huis;
  • slapeloze nachten en wallen, omdat Neeltje ook ’s nachts gevoed moet worden. Maar goed, dat is een kwestie van even eruit, laten drinken en weer verder slapen;
  • kans op tepelkloven en borstontsteking door de borstvoeding, maar het kan net zo goed niet gebeuren dus daar maak ik me wel druk om als het zover is.

Wat ik kreeg was dit:

  • ingeleid worden na 42 weken zwangerschap, na het breken van de vliezen direct hele heftige weeën die snel op elkaar komen, koortsontwikkeling na een ruggeprik waardoor kind direct na de bevalling opgenomen moet worden in het ziekenhuis, in 12 uur tijd maar van twee centimeter naar drie centimer ontsluiting, Neeltje krijgt erg onregelmatig hartslag waardoor besloten wordt tot een keizersnee over te gaan, na afloop ruim vier en een halve liter bloed verloren en een spoedoperatie onder narcose krijgen om het bloeden te stoppen;
  • Neeltje hapt direct aan ondanks de zeer slechte start na de bevalling en ik nooit last gekregen van tepelkloven of borstonstekingen;
  • Neeltje drinkt elke anderhalf uur (van begin van een voeding tot het begin van de volgende voeding) en ligt dan zo’n drie kwartier à een uur aan de borst;
  • na een aantal weken slaapt Neeltje ’s nachts gerust 12 uur achter elkaar door, maar overdag slaapt ze hooguit een half uur op schoot na de voeding.

Dit kwam totaal niet overeen met mijn verwachtingen en ondanks dat iedereen wel zegt dat het de eerste tijd zwaar kan zijn viel het me zo ontzettend tegen. Ik was wel erg blij dat de borstvoeding direct goed lukte, maar dat voelde dan ook als het enige positieve. Door het vele zitten kreeg ik erg veel last van mijn rug en mijn knieën deden pijn door het opstaan en weer gaan zitten met een zwaar kind in mijn armen. Doordat Neeltje overdag amper sliep kwam ik nergens anders meer aan toe; ze begon direct te huilen als ik uit haar gezichtsveld was of als ik haar geen aandacht gaf. Even naar het toilet gaan of rustig lunch klaarmaken en opeten was dus al bijna onmogelijk, want één keer mijn kind wat laten huilen voor zoiets trok ik nog wel, maar het gebeurde misschien wel tien keer op een dag en mijn maag kromp ineen als ik alleen maar dácht aan het gehuil dat ging volgen. Het huis opruimen, schoonmaken en koken was net zo min fatsoenlijk mogelijk, maar het moest wel gebeuren. Dus dan maar met een huilend kind terwijl ik gek werd van het gejammer.  De uren dat zij overdag wakker was naast de voedingsmomenten was ik constant bezig haar te vermaken en dat was vreselijk vermoeiend. De borstvoeding vrat energie van me, maar bijslapen voor mij zat er niet in. Dus ondanks dat Neeltje ’s nachts doorsliep voelde ik me overdag een zombie en ’s avonds was ik volledig afgedraaid. Zonder dat ik ergens tijd voor mezelf had gehad.

Ik vond het verschrikkelijk. De roze wolk waar iedereen het over had kwam maar niet en ik vroeg me af waar ik in hemelsnaam aan begonnen was. Was dit nu werkelijk wat ik wilde toen ik droomde over een kind? Ik had het me allemaal zo anders voorgesteld. Ik verwachtte een gelukkig reclamegezinnetje te worden, met een altijd vrolijk kind en ík vol energie al even vrolijk leuke dingen met haar doen. Waar was het misgegaan?

En toen pas gingen andere nieuwe ouders me vertellen dat bij hun de eerste maanden ook heel erg zwaar waren gevallen. “Waarom hebben ze me dat niet eerder verteld!?” dacht ik verontwaardigd. “Dat zijn toch dingen die elke aanstaande ouder hoort te weten?” Maar al snel begon tot me door te dringen dat ik die verhalen echt wel gehoord had, maar dat ik er niet naar geluisterd heb. Onbewust heb ik alle negatieve verhalen naast me neergelegd. De wens voor een kind was zo groot dat ik de realiteit nooit onder ogen heb kunnen zien. Alle genoemde mogelijke problemen leken overkomelijk en zouden verzacht worden door de roze wolk. Of ze zouden mij sowieso al niet overkomen. Of ik kon me er simpelweg geen voorstelling bij maken.

Nadenkend over de hele situatie schoot me een zin te binnen die ik zo vaak gehoord had dat het eigenlijk al geen betekenis meer voor me had: “Dan moet je je verwachtingspatroon bijstellen.”. Bullshit bingo-taal, maar als je erover nadenkt helemaal zo gek nog niet. Soms kun en moet je de situatie veranderen, maar soms kun je beter accepteren dat de dingen anders gaan dan je had verwacht. Soms moet je niet tegenbewegen, maar meebewegen. Zoiets is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan en het zal niet van de ene op de andere dag lukken, maar alleen het inzicht en het proberen dit te bereiken heeft mij al een hoop geholpen.

De Stoïcijnse filosoof Epictetus zei het als volgt:

Tracht niet alles volgens uw wil te laten geschieden, maar laat het geschieden zoals het komt. Daar zult ge wel bij varen.

En dat kan alleen als je zo af en toe je verwachtingen bijstelt.

Nadat ik geaccepteerd had dat Neeltje vaak en lang bij me dronk heb ik meer rust gekregen. Het ging niet ineens van een leien dakje, maar ik ging daar ook niet meer vanuit. Het managen van mijn eigen verwachtingen heeft mij enorm geholpen om de omschakeling van geen kind naar wel een kind te maken.

Toevallig kreeg ik deze week een artikel onder ogen van een jonge moeder van Afrikaanse afkomst. Ze heeft gestudeerd in Engeland en veel gereisd, maar het moederschap was ook voor haar enorm wennen. Ze schrijft in dit artikel over waarom Afrikaanse babies minder lijken te huilen dan Westerse babies. De volgende quote van haar vind ik een mooie afsluiter voor deze blogpost:

I suddenly learned the not-so-difficult secret of the joyful silence of African babies. It was a simple needs-met symbiosis that required a total suspension of ideas of what should be happening and an embracing of what was actually going on in that moment.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s